Dierenartsengroep Rivierenland

Bacteriologisch onderzoek en ABG

Het onderzoeken van de verwekker van de klinische of subklinische mastitis heeft zowel voordelen op individuele schaal als op bedrijfsniveau. Door onderzoek naar de verwekker en de bijbehorende gevoeligheid kan een gerichte behandeling worden ingezet. Daarnaast kan een bedrijfsgeschiedenis worden opgebouwd, waardoor passende preventieve maatregelen genomen kunnen worden. Hierover kan worden overlegd bij bijvoorbeeld uw vaste begeleidingsmoment of jaarlijkse evaluatie.

De meeste bacteriën groeien binnen 24 uur, de uitslag kan er dus de volgende dag al zijn. Daarna duurt het nog een keer 24 uur om te onderzoeken voor welke antibiotica de betreffende bacterie gevoelig is.

Voor koeien met klinische mastitis kunnen we altijd dezelfde dag het monster inzetten, dus 7 dagen per week. Voor koeien met subklinische mastitis (hoog celgetal, zijn dus niet ziek) heeft het minder spoed en zetten we de monsters het liefst op maandag t/m woensdag in, zodat we altijd voor het weekend de uitslagen rond hebben.

Een monster van een koe met klinische mastitis kan het beste ‘’vers’’ worden ingeleverd, dat wil zeggen wel gekoeld, maar niet bevroren. Een monster van een hoogcelgetal koe mag ingevroren worden ingeleverd.

Als een koe aan meerdere kwartieren mastitis of een verhoogd celgetal heeft, moet u van elk kwartier een eigen monster nemen.

Geef bij het inleveren van een monster altijd de volgende informatie mee:

  • Datum monstername
  • Koenummer
  • Kwartier
  • Klinisch of subklinisch
  • Korte geschiedenis, bijvoorbeeld is al behandeld geweest of is al vaker verhoogd etc.

Het is heel belangrijk dat we alleen de bacterie kweken die in het kwartier zit, dus is het belangrijk dat het monster zo schoon mogelijk wordt genomen. Hieronder is in een filmpje weergeven hoe u het beste een steriel monster kunt nemen voor onderzoek.

https://www.youtube.com/watch?v=IRN3d8Juvak