Dierenartsengroep Rivierenland

Welke wormsoorten kunnen voorkomen bij het paard?

Ontworming dient minimaal 2x per jaar plaats te vinden, in het najaar (bij het ‘op stal gaan’) en in het voorjaar (start weideseizoen). Ivermectine is in de meeste gevallen goed werkzaam tegen deze worm.

Preventie is belangrijk. Het hele weidemanagment speelt hierin een belangrijke rol. De mest minimaal 2x per week verwijderen is daar een voorbeeld van. Hieronder zal de preventie nog apart besproken worden.

Cyathostominae

Cyathostominae, ook wel de rode bloedworm, is de belangrijkste wormsoort bij het paard. Infectie vindt plaats doordat het paard de larven opneemt via de mond, meestal tijdens het grazen. Deze larven ontwikkelen zich in het maagdarmstelsel tot volwassen wormen, welke weer eitjes produceren. Deze eitjes komen samen met de mest uit het paard en komen zo op het land dan wel in de stal of paddock terecht.

Parascaris equorum

Parascaris equorum, ook wel spoelworm is een belangrijke wormsoort bij veulens.
Infectie vindt op eveneens plaats door opname van larven via de mond. Nadat de larven zijn aangekomen in de darm, migreren ze via de bloedbaan naar de lever en vervolgens naar de longen. Vanuit de longen worden de larven door het paard opgehoest en weer doorgeslikt. In de darm vindt de verdere ontwikkeling plaats en zullen er uiteindelijk weer eitjes uitgescheiden worden. Deze hele cyclus duurt 10-16 weken. Veulens kunnen dus ook pas na 10-16 weken een spoelworminfectie hebben.
De eitjes van de spoelworm kunnen jaren overleven op het land, ook bij droogte en vorst. Besmet land is dus het volgende jaar nog steeds een bedreiging voor een volgende jaargang veulens! Omdat veulens nog nooit eerder in aanraking gekomen zijn met een (spoel)worm hebben ze er ook geen afweer tegen opgebouwd en hebben ze meer kans op een klinische (zichbare) infectie.

Ontworming dient op 3 maanden en op 10 maanden leeftijd plaats te vinden. Als veulens verblijven op infectieus land is het wellicht vaker nodig. Dit in overleg met de dierenarts. Ivermectine en moxidectine werken niet goed tegen de spoelworm, daarom wordt er gebruik gemaakt van pyrantel.

Preventie

Preventie is lastig omdat de eitjes zo goed kunnen overleven onder allerlei omstandigheden. De mest minimaal 2x per week uit het land verwijderen en bij een bekende infectie de stallen reinigen m.b.v. stoom zijn zeer nuttige maatregelen.

Anaplocephala spp

Anaplocephala spp, ook wel lintworm, is de best zichtbare worm bij het paard.
Ook deze worm leeft in de darm van het paard. Microscopisch mestonderzoek is weinig betrouwbaar in het geval van lintworminfecties; de ei-uitscheiding is intermitterend en de eitjes komen vaak slecht boven drijven in de test.
Infectie met lintworm geeft vrijwel nooit klinische klachten, tenzij de infectie zo heftig is dat de hele darm er vol mee zit en daardoor verstopping veroorzaakt. Koliek kan dan het gevolg zijn. Veel eigenaren vinden het wel een onhygiënisch gezicht; vaak zijn stukjes worm, de zogenaamde ‘equimaxproglottiden’, zichtbaar bij de anus dan wel in de mest.

Najaar behandelen

Ontworming dient plaats te vinden in het najaar (bij het ‘op stal gaan’). Zoals gezegd geldt dit ook voor de rode bloedworm, dus gebruiken wij een combinatiepreparaat om beide wormen ineens aan te pakken.
Preventie is niet anders dan voor de rode bloedworm.