Dierenartsengroep Rivierenland

Mest – Zand

Een overmaat aan zand in de darm kan tot verschillende problemen leiden. Het zand verzamelt zich in lager gelegen delen en in bochten van de dikke darm. Hier kan het de bekleding van de darmwand beschadigen en daarnaast leiden tot een minder goede darmbeweeglijkheid.

Voedingsstoffen en vloeistoffen worden dan minder goed opgenomen. Het paard kan vermageren en diarree krijgen. Wanneer de zandhoeveelheid groter wordt, zal ook de doorstroming van de normale darminhoud worden belemmerd: gassen kunnen moeizamer ontsnappen en het paard kan gaskoliek krijgen. Ook pijn en kramp rond de zandverstopping kunnen leiden tot koliekverschijnselen.

Mestonderzoek

Of het paard last heeft van zand in de darm kan vastgesteld worden door regelmatig de mest te onderzoeken. Dit kan door wat verse mest in een doorzichtige plastic zak te doen, en vervolgens ruim water toe te voegen. Als er zand in de mest zit, zal dit naar de bodem van de plastic zak zakken en goed zichtbaar zijn. Eenmalig onderzoek is echter niet voldoende, omdat een paard zeer wisselend zand uitscheidt met de mest.

Preventie

Grote zandophopingen in de dikke darm ontstaan uiteraard vooral door een langdurige en/of grote opname van zand. In de winterperiode komt dit vaker voor. Daar zijn verschillende oorzaken voor:

  • Een paard heeft de behoefte om een groot deel van de dag te grazen en zal dit ook blijven doen als er niet veel gras staat. Als de grond bovendien nat is, zal met elk grasplantje dat wordt opgenomen ook wat grond meegaan dat vastzit aan de worteltjes van de grasspriet.
  • Regelmatig wordt in de winter ruwvoer verstrekt in de paddock. Het paard kan dan gemakkelijk veel zand binnenkrijgen tijdens het verzamelen van hooisprietjes. Soms gaan paarden, om aan hun grasinstinct te voldoen, zelfs puur zand eten uit verveling. Mogelijk doen ze dat sneller bij een tekort aan mineralen of spoortelementen.
  • Bij ruwvoerwinning worden machines meestal zo afgesteld dat zo min mogelijk gras verloren gaat. De machine schraapt over de grond, maar samen met de allerlaatste grassprietjes verdwijnt nogal eens een behoorlijke hoeveelhed zand in het pak, zeker als er veel molshopen aanwezig waren. Bij grassilage is het daarnaast zo dat er makkelijker zand aan kleeft en vervolgens dus door het paard wordt opgenomen, terwijl hooi een teveel aan zand makkelijk kwijtraakt als het opgeschut wordt. Een ruwvoeranalyse met bepaling van het ruwe asgehalte kan ondermeer inzichtelijk maken of er veel zand in een partij ruwvoer aanwezig is.
  • Voor de darmperistaltiek is het gunstig dat het paard regelmatig in beweging is. ’s Winters is dat soms minder goed mogelijk en evt. opgenomen zand wordt dan mede daardoor minder goed uitgescheiden.
    Als een paard geneigd is veel zand op te nemen, is het zakk om mogelijkheden te zoeken dot te voorkomen, zoals het paard opstallen of is de wei of paddock een muilkorf opdoen. Als er ruwvoer in de paddock gevoerd wordt, is het beter om dit niet vanaf het zand te doen, maar indien mogelijk vanaf een betonnen plaat of uit een bak. Soms wordt als preventie lijnzaadslijm of vlozaad (psyllium) met het voer gegeven.

Behandelen

De therapie van zandkoliek is niet altijd eenvoudig. Laxeren door bijvoorbeeld het toedienen van paraffine is de meest gebruikte methode, maar soms kunnen grote hoeveelheden zand alleen maar operatief verwijderd worden. Zeker in de winterperiode is het dus extra belangrijk om aandacht te besteden aan de preventie van zandkoliek.